CORRECTIEFASE 2 | DE GEVOLGEN

>    wat is correctiefase 2?
>    de gevolgen
>    standpunt van FOVIG
download hier het volledige afdrukbare document

DE GEVOLGEN
 
De nu berekende verschuivingen in persoonsvolgende budgetten hebben heel wat mensen verrast. In de eerste plaats de gebruikers maar ook heel wat zorgaanbieders hadden de bui niet zo hevig zien aankomen. De invoering van de PVF was in januari 2017 bijna geruisloos verlopen en financieel bleken er niet onmiddellijk ernstige problemen.
Een meevaller in de begroting liet toe om een eerste correctie door te voeren in functie van gelijke budgetten voor gelijke zorgnood. De allergrootste verschillen konden door een eenmalige input in correctiefase 1 van 12 miljoen EUR  opgevangen worden. In de taskforce die de invoering van persoonsvolgende financiering begeleidde (een vergadering van het VAPH, de zorgaanbieders, vakbonden en gebruikersverenigingen) werd de tweede correctiefase voorbereid. Binnen de taskforce werd beslist om de verschillen in personeelsomkadering van 15% in min of 15% in meer te corrigeren. Wat meer was dan 15% zou vooruitgeschoven worden naar later.De Vlaamse regering besliste er echter anders over. Alle verschillen zullen in één oefening, verspreid over 8 jaar, weggewerkt worden.

735 personen met een handicap verliezen hun persoonsvolgend budget
Een deel van de gebruikers (43,5% of 8.597 personen) heeft vastgesteld dat ze over meer budget kunnen beschikken. Een ander deel (52,7% of 10.413 personen) krijgt in de komende 8 jaar minder budget en een deel van de gebruikers (3,7% of 735 personen) kan niet meer beschikken over een budget en moet zijn zorg organiseren met RTH (Rechtstreeks Toegankelijke Hulp).

Zorggarantie
Personen met een door correctiefase 2 gewijzigd budget genieten zorggarantie. Zij hebben de zekerheid dat zij ook na 1 januari 2017 dezelfde zorg krijgen als voorheen, zowel bij het stijgen of het dalen van het persoonlijk budget. De juiste consequenties van zorggarantie zullen pas de komende maanden helder worden.Wie vanuit een (tijdelijk) gewijzigde zorgnood zijn besteding heeft aangepast, verliest de zorggarantie.

De referentieperiode 2014-2016 legt de zorg voor jaren vast
Omdat de zorgnood en de frequentie werden bepaald over de periode 2014-2016, is door de zorggarantie de gewaarborgde zorg ook daarmee gelijk. Zonder een nieuwe aanvraag voor zorgaanpassing blijft de situatie voor een gebruiker eigenlijk bevroren. Een nieuwe, aangepaste zorgvraag plaatst de gebruiker achteraan in de wachtlijst. Afhankelijk van de prioriteitengroep en met een budget voor uitbreidingsbeleid van 60 miljoen per jaar extra, zal de wachttijd voor aanpassing, afhankelijk van de prioriteitengroep, variëren tussen 6 en 23 jaar, zo berekende het VAPH  (www.vaph.be/sites/default/files/documents/13326/meerjarenanalyse-vaph-planning-2020-2024.pdf)!
Een nieuwe golf van aangepaste zorgplannen en een aangroeiende wachtlijst
Door wijzigingen in de zorgnood sinds 2016 en onzekerheid over de toekomst vragen gebruikers een herziening aan.  De wachtlijsten zullen zeker groeien.

Een geëngageerd netwerk moet vanaf nu altijd hetzelfde engagement blijven verzorgen
Wie destijds, ook dikwijls na lang wachten, een plek kreeg in een voorziening was ‘zeker voor de rest van het leven’. Dat was de achterliggende idee. Er was een ruime marge rond aanwezigheden zodat men op een geleidelijke manier in de zorg kon ingroeien. Gebruikers met een sterk netwerk combineerden zo weekends en vakanties thuis of bijvoorbeeld begeleid werk, met een beperktere dag- en woonondersteuning. Als het nodig werd, zouden ze aanpassingen kunnen doen.Door de frequentie vast te klikken op het gebruik in 2014-2016 wordt ook de ondersteuning door het verouderende netwerk vastgeklikt. De inzet van de mantelzorgers wordt ‘bestraft’. De spelregels werden dus veranderd zonder dat de spelers het wisten.

Reacties van gebruikers
FOVIG ontving de voorbije weken heel wat reacties. Op basis daarvan kunnen we op dit ogenblik de volgende conclusies vooruitschuiven.
– Bij de vergunde zorgaanbieders waar er historisch te veel personeel is, gaan de budgetten meestal naar beneden.
– Het zijn vooral zwaar zorgbehoevende gebruikers die veel gebruik maken van de diensten van een vergunde zorgaanbieder die beperkt stijgen.
– Het zijn de gebruikers die gebruik maken van dagondersteuning en dikwijls met een beperkte frequentie die dalen in budget of in sommige gevallen moeten overstappen naar RTH.
– De gebruikers die in de geest van persoonsvolgende financiering, hun zorg anders georganiseerd hebben (bv. 3 dagen dagondersteuning in plaats van 5 voorheen en meer inzet van het sociaal netwerk in de andere 2 dagen) verliezen nu hun zorggarantie omdat ze hun IDO gewijzigd hebben sinds 2017.
– De gebruikers die naar RTH moeten overschakelen hebben geen zorggarantie meer.
– Veel gebruikers maken zich zorgen dat de zorggarantie en zeker de zorgkwaliteit in het gedrang komt door diverse ingrepen (besparingen) van de overheid.
– Veel gebruikers maken zich zorgen over de positie van de vergunde zorgaanbieder wanneer het totaal van de zorggebonden punten in de voorziening drastisch naar beneden gaat.

>    wat is correctiefase 2?
>    de gevolgen
>    standpunt van FOVIG
download hier het volledige afdrukbare document

Wij zijn altijd benieuwd naar jouw mening. Geef ze hier aan ons door!