Repliek op de nota Beke

Het perspectief dat Wouter Beke biedt
Schoon gewassen, doelloos op een rij voor het venster

Vrijdag 24 januari 2020 publiceerde minister Beke een nota waarin hij toelicht hoe hij meer personen met een handicap gaat helpen. Wat bij eerste lezing een goed gestructureerd, onderbouwd en geverifieerd plan lijkt, is dat niet. De interpretatie van de feiten wijkt nogal af van wat zijn administratie heeft berekend. En ook de herkomst van de noodzakelijke middelen is mysterieus en eenzijdig.

Beke leest de geschiedenis onvolledig
Al in de historiek gaat de minister uit de bocht. Bij de overgang naar persoonsvolgende financiering (PVF) werden alle toekomstige rechten en garanties op zorg geschrapt voor gebruikers bij een zorgaanbieder.  Enkel de toen opgenomen zorg, werd meegeteld. Bonafide en overtuigde mantelzorgers kregen daarmee de boodschap dat de handicap zich enkel manifesteert wanneer de persoon in een voorziening is. Of nog anders geformuleerd: voor gebruikers van voorzieningen (en enkel voor hen!) wordt het vroegere recht op zorg, unilateraal ingeperkt.
Dezelfde eenzijdigheid kenmerkt de correctiefases 1 en 2. Terecht opteert men voor gelijke budgetten voor gelijkaardige zorgen. Maar opnieuw worden enkel de gebruikers van voorzieningen (en de voorzieningen) gevat. De gebruikers van dagondersteuning, dus waar het netwerk van mantelzorgers al een grote taak op zich neemt, worden het zwaarst getroffen.

De uitdaging wordt erg licht ingeschat
De minister pronkt met het feit dat er intussen 25.000 mensen een persoonsvolgend budget (PVB) hebben. Dat klopt helemaal. Nagenoeg iedereen van hen kreeg voor de invoering van het PVB ook al zorgondersteuning, maar toen wel met een perspectief. Het VAPH (Vlaams agentschap voor personen met een handicap) telde uit dat er in 2018 slechts 47 mensen van de prioriteitengroep 3 van de wachtlijst, een budget hebben gekregen. Wat betekent dat, zonder bijkomende inspanningen voor veel meer middelen, sommigen nog 200 (tweehonderd) jaar zullen moeten wachten op een budget. Tegen dan is het probleem uitgestorven.
Waar in de vorige legislatuur bleek dat met 330 miljoen uitbreidingsmiddelen de wachtlijsten alleen maar groeiden, wil men het nu met 300 doen. Tegelijkertijd snoeit men in de middelen van, alweer, de collectieve zorg. De zorggarantie wordt uitgehold.

Het doel is vergiftigd
De omschrijving klinkt mooi: we willen meer mensen helpen en zo de wachtlijst afbouwen. De minister gaat een perspectief bieden voor de wachtenden. Door het weg te nemen bij wie een perspectief had!
De methode ‘we helpen meer mensen met dezelfde middelen’ is het verhaal dat ook in de vorige legislatuur werd vooropgesteld, zonder succes. Met de voorwaarde ‘minder structuren en meer rechtstreekse ondersteuning’ stuurt de minister aan op de verdere afbouw van de collectieve zorg.

Maatregelen zonder financiële inschatting
Wat de opheffing van de uitzonderingsprocedure 7 op 7 aan middelen opbrengt is nog niet berekend. “Er is fraude”, stelt de woordvoerder van het VAPH. Dus afschaffen?
De plannen voor zorgcontinuïteit vanuit multifunctionele centra vanaf 18 jaar worden opzijgeschoven: het blijft op 21 jaar staan. Extra budgetten levert dit natuurlijk niet op.
Het direct besteedbaar maken van budgetten voor wie al in 2016 op de wachtlijst stond is een mooi gebaar. Maar ook dit genereert geen uitbreidingsmiddelen.
De minister voorziet ook nieuwe budgetcategorieën die preciezer aansluiten op de noden. De spreiding van die categorieën is wel zo gemaakt dat vooral het budget van de overheid klopt. En dat de lasten voor de zorgbehoevenden in de eerste plaats door het netwerk worden gedragen. De laagste categorieën, vooral voor mensen die gebruik maken van de collectieve vorm van dagbesteding, zijn hilarisch laag.
Samengevat: eigenlijk is er geen enkele maatregel die voldoende middelen zal opbrengen voor een uitbreidingsbeleid die naam waardig.

Helemaal geen rechten gegarandeerd
De minister beweert dat de maatregelen niet raken aan de rechten die iemand in het verleden reeds verwierf. Dat is stellig onwaar. Al in de toepassing van de transitie naar PVF werden de rechten van gebruikers van collectieve ondersteuning aangetast. Daarenboven relativeert Beke zijn rechtengarantie al onmiddellijk: personen met een handicap kunnen sommige procedures niet meer opstarten.
Intussen bestaat er een duidelijk ongelijke behandeling van gebruikers, zowel naar inschatting van de zorg als naar toegekende middelen.

De povere resultaten
Beke kondigt graag aan dat er 2300 personen, die met de grootste zorgnood, bijkomend zullen ondersteund worden in deze legislatuur. Dat zijn er 460 per jaar in plaats van 120 per jaar. Wat een vooruitgang. Maar nog niet de helft van de wachtenden in prioriteitengroep 1 en 2 samen. En alles wijst erop dat dit minder zal zijn dan de aangroei van de wachtlijst.

Deze Vlaamse regering kiest helder: kun je het niet oplossen, ontken het probleem! Bijvoorbeeld de 12.000 wachtenden in prioriteitengroep 3. Er signaleert zelfs een optie om die prioriteitengroep af te schaffen …
Men gaat helemaal voorbij aan de gevolgen van dit jarenlang aanslepende wanbeleid. Ouders van gehandicapte kinderen moeten hun werk opgeven of deeltijds gaan werken. Tegelijkertijd vangen ze hun kleinkinderen op (tekorten in de kinderopvang) en ondersteunen ze hun bejaarde (schoon)ouders.
Het nieuwe perspectief dat de Vlaamse regering gehandicapten biedt: schoon gewassen, doelloos op een rij voor het venster.

Zo werkt de Vlaamse regering:
–    Los een probleem op door er elders een te creëren.
–    Straf mantelzorgers die inclusie al een leven lang in praktijk zetten.
–    Chanteer wie al opvang heeft.
–    Ondermijn de zorggarantie en reduceer die naar bed, bad en brood.

De nota van Wouter Beke vind je hier.
Een downloadversie van de FOVIG-repliek vind je hier

 

Wij zijn altijd benieuwd naar jouw mening. Geef ze hier aan ons door!