TERUGBLIK FOVIG LEDENDAG | 11 JUNI 2022

Kwaliteit van leven! Een voorbeeld van individuele participatie is het handelingsplan en de opvolging ervan. Op welke manier levert het handelingsplan bij aan kwaliteit van leven? Welke aspecten worden in het handelingsplan belicht? Hoe komt het handelingsplan tot stand? Op welke manier worden de gebruikers zelf en het netwerk hierin betrokken? Wie speelt een rol in het opmaken, opvolgen en verwezenlijken van het handelingsplan?

Op de FOVIG-LEDENDAG 2022 kwam dit onderwerp aan bod. Twee sprekers en een zaalgesprek brachten heel wat elementen naar voor.
Onderaan deze pagina vind je voor dit thema tips om te gebruiken in het collectief overleg.

Jan De Bruyn, zorgdirecteur Zonnestraal (Lennik)

Zonnestraal definieert het werken aan het handelingsplan als volgt: met alle zorgverleners en -ondersteuners samen met de bewoner afstemmen om de beste zorg aan te bieden. Goede handelingsplannen ontstaan vanuit het kwaliteitsdenken waarbij we strategisch opbouwen vanuit kwaliteit van leven. Maar ook andere factoren spelen mee: economische (de beschikbare budgetten), het marktdenken (de gebruiker vraagt waar voor zijn geld) en juridisering (wijzigingen in wetgeving). Handelingsplannen heeft ook effect op efficiëntie en tijdsmanagement bij de individuele zorg van de bewoner.
Voor Zonnestraal mag handelingsplanning geen bureaucratisch systeem worden. Het bevordert de kwaliteit van het gesprek tussen alle betrokken partijen. Daarom kiezen we voor planmatig handelen in een cyclisch (weerkerend) systeem; we zorgen dat het altijd in beweging is. Zo kan het plan op lange termijn blijven werken en voortdurend verbeteren.

(klik voor meer of minder)

Alles start bij de overeenkomsten die de organisatie met de gebruiker afsluit. In de bewonersbespreking gaan we na of we het ‘juist doen’ en vragen we wat de gebruiker er zelf van vindt. De centrale persoon in dit gesprek is de pedagoog. De zeven elementen die aan bod komen zijn gebaseerd op het schema van Shalock (kwaliteit van leven). De doelen worden SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden) verwoord.
In bespreking met de hulpverleners kijken we of de SMART doelstellingen zijn behaald. Die opvolging wordt per gebruikers geregistreerd via ZorgOnline. De elementen van Shalock zijn daarin opgenomen.

Inspraak van de gebruiker in de handelingsplanning is belangrijk. De communicatie is zo mogelijk op maat. De beide partijen moeten mekaar vinden. Tegen volgend jaar zullen de familieleden ook digitaal toegang hebben tot de berichten ivm. het handelingsplan. Werken aan participatie en de verschillende niveaus daarin (participatieladder) is voor Zonnestraal een werkpunt.

 

Bekijk de presentatie

Eddy Vandemeulebroucke, stafmedewerker FOVIG

Bij de leden van FOVIG leven er veel vragen over de wijze waarop voorzieningen in gesprek gaan over de handelingsplannen. Nog te veel is dit beperkt tot een uitnodiging, om de twee of drie jaar, om een nieuw activiteitenoverzicht te bekijken, soms ook om te bespreken). Op sommige plaatsen wordt dit verbonden aan doelstellingen. Maar in de tussenperiodes hoort men dan weinig of niets, tenzij er iets ernstig aan de hand is. Dan worden gebruikers en netwerk uitgenodigd voor een bespreking.

Zaalgesprek

Er is geschetst hoe Zonnestraal van een medische benadering van zorg gekomen is het benadrukken van ondersteuning. Bij FOVIG verbinden wij aan zorg en ondersteuning ook altijd het aspect ontplooiing. Waarom wordt dit niet expliciet vermeld?
(JDB) We hebben onze zeven aspecten en dan trekken we een foto, waar zijn we nu en waar willen we naar toe met onze doelen. Op dat vlak zit de ontplooiing er automatisch wat in. Wat is er vandaag en wat kan er eventueel veranderen?  Vervolgens gebeurt dan de bijsturing. De procedure gaat verder dan eens per drie jaar het handelingsplan te bekijken en het dan in de kast te steken. Bij signalen wordt dit sneller opgevist en zo nodig bijgestuurd. De gedachte daarbij is: verbetert dit de kwaliteit van leven en is dit haalbaar?

(klik voor meer of minder)

De zeven elementen van het handelingsplan werden nogal vlug gegeven. Kan daar even op ingegaan worden?
(JDB) In Zonnestraal werken we met zeven functioneringsaspecten voor het ondersteuningsplan. Deze zijn:
– Persoonlijkheid
– Netwerking en sociale relaties
– Zelfredzaamheid
– Verplaatsingen
– Arbeid en dagbesteding gezondheid en veiligheid
– Financiën
– Ondersteuningsplan
Deze benadering is gebaseerd op de regels van Shalock maar een beetje door elkaar gegooid en naar zeven aspecten herleid. Voor elk van deze aspecten wordt een beeld gemaakt en daaruit worden doelen gedestilleerd. Bijvoorbeeld bij persoonlijkheid stellen we de vraag of er nood is aan therapie? Hoe gaan we dat dan verwezenlijken enzovoort. Als het doel niet concreet is dan leeft er de weinig of niets mee te doen. Zo concreet en realistisch mogelijk, daarop wordt gelet.

Hoe zorgen jullie ervoor dat het handelingsplan (gebruiksaanwijzing van persoon met beperking) door de begeleiding gebruikt wordt en dat dit altijd ter beschikking is per begeleider.
(JDB) De pedagoog van de voorziening is de proceseigenaar. Bij elke gebruiker bekijken we wie de aandachtspersoon is en zoeken daarvoor de geschikte aandachtsbegeleider per gebruiker: tussen beiden moet het klikken. Die begeleider volgt verder in de praktijk alles op. Elke medewerker bijvoorbeeld in een mobiele dienst (begeleider aan huis van enkele gebruikers) kent alle plannen. Via de pedagoog verloopt de supervisie.

Moet de dagelijkse begeleiding niet altijd op de hoogte zijn van de beslissingen?
(JDB) Wij werken ook met co-aandachtsbegeleiders. In de praktijk zou er bijna niet mogen gemerkt worden wie aandachtsbegeleider is: het is eerder achter de schermen dat die er is voor de gebruiker. He dossierbeheer gebeurt door de aandachtsbegeleider maar iedereen in de praktijk moet meewerken.

Het gaat mij vooral over de dagelijkse zorg die door alle begeleiders moet gevolgd worden. Hoe wordt dat gegarandeerd?
(JDB) Daarvoor hebben we de supervisies met onze mensen.

Stel dat netwerk en sociale relaties volledig uitdoven en er dan een bewindvoerder is. Hoe is de opvolging van de relatie dan? Is er een rol voor de bewindvoerder om in die handelingsplan mee aan tafel te gaan? Is er een transitie periode hier mogelijk?
(JDB) Professionele bewindvoerders zitten zeker ook mee aan tafel. Het is belangrijk dat de bewindvoerders de gebruikers kennen. Wij nodigen hen uit op de bewonersbesprekingen.

In de wet is er toch ook de mogelijkheid om een vertrouwenspersoon te hebben buiten de voorziening en buiten de bewindvoering. Wordt die mee betrokken?
(JDB) In de intake van een gebruiker wordt naar de vertrouwenspersoon gevraagd. Als we die kennen zal die zeker mee uitgenodigd worden.

Jarenlang kwam men bij mijn kind niet verder dan het opstellen van een handelingsplan door de voorziening en de presentatie daarvan aan de ouders. We hebben jaren gevochten om de samenstelling van het handelingsplan samen te starten, met de client, met het netwerk en de begeleiding. Met succes en nu wordt het handelingsplan in overleg opgemaakt. Het resultaat is een heel ander handelingsplan.
(JDB) Sommige mensen hebben een duidelijk beeld waar we naartoe moeten. De inbreng hangt af van persoon tot persoon. Als we de vraag krijgen van het netwerk dan nodigen we die mensen zeker uit.

Als je samen het werk opstart, voel je je niet opzijgezet. Zo slagen we erin om vanuit de verschillende zijden invulling te geven die nadien dan samengebracht wordt.
(JDB) Een vragenlijst voor de familie, het netwerk, ka een goede voorbereiding zijn. Dat is een goede tip. Ook de thuissituatie kan voor een handelingsplan in kaart gebracht worden.

We stellen vast dat er veel gevraagd wordt van de begeleider, o.m. met de opvolgende administratie voor het handelingsplan. Is het geen gevaar dat er zo veel tijd wordt afgenomen van de feitelijke zorg? Is het geen risico dat we ook in de gehandicaptenzorg evolueren zoals de ouderzorg waar enkel de basisnoden gehaald worden?

(JDB) Dat zijn inderdaad zaken die inwerken. De regelgeving vraagt dat we veel documenten invullen, turven en doorgeven Het is een bekommernis die ik ook heb en waar we ons bewust van zijn. In Zonnestraat proberen we de administratieve druk zo laag mogelijk te houden. Het is niet de bedoeling dat mensen achter hun computer blijven zitten, maar er wordt van andere instanties ook zeer veel verwacht. De bewoner moet centraal blijven staan.

In de voorziening zijn wij met een werkgroep bezig. Binnen het onderwerp IDO zal er in juli, indien de gebruiker het wenst, over zorgplanning kunnen gesproken worden. De bedoeling is ook om dat op te nemen in het handelingsplan.
(JDB) Toevallig zijn wij ook bezig met zorgplanning en willen we dit verwerken in ons nieuwe handelingsplan. Er zijn organisaties die dat al hebben uitgewerkt. Van specialist naar handelingsplan.

U hebt gesproken over de webtoepassing die jullie gaan gebruiken, hoe deden jullie het tot nu toe? Hoe ga je ervoor zorgen dat dit gebruiksvriendelijk wordt voor de begeleiding? Het gaat over kwaliteit verbeteren maar de webtoepassing zorgt voor verdere afzondering.
(JDB) Vroeger gebruikten we een Excel bestand. Nu is er de webtoepassing Zorgonline. Zeker naar bescherming van de persoonsgegevens is dit een hele verbetering terwijl toch iedereen die de informatie moet kennen, toegang heeft en onmiddellijk op de hoogte kan zijn.

Mag men niet verwachten dat van bij het begin, ook de gebruiker toegang zou moeten hebben?
(JDB) We hopen dat die toegang voor de gebruiker snel mogelijk is.

Waar situeert zich de maatschappelijk werker, de sociale dienst in jullie flow?
(JDB) Voor de intake procedure is de sociale dienst de proceseigenaar. Bij de opvolging is de sociale dienst ook betrokken en zij vragen dan ook bij huisbezoeken om op de hoogte te blijven.

Er zijn nogal wat voorzieningen waar de sociale dienst verdwenen is.
(JDB) Deze taak wordt inderdaad vaak uitbesteed maar in Zonnestraal kiezen we daar niet voor.

Communicatie via computer en e-mail, communicatie via ZorgOnline … Wordt er gedacht aan de mensen voor wie dit geen vertrouwde hulpmiddelen zijn?
(JDB) We beschouwen het als een extra middel. Het is niet de bedoeling dat het digitale de enige vorm van communicatie is. Wanneer we merkend at digitale communicatie moeilijk is, dan worden de originele kanalen verder gebruikt. Ik merk wel op dat smartphones bijvoorbeeld door een groeiende groep gebruikt worden.

Allemaal goed en wel, dat online communiceren, maar botsen we niet op de privacy? Het lijkt me meer een obstakel dan dat het goed doet.
(JDB) Het is niet de bedoeling dat iedereen alles ziet. Men heeft slechts toegang tot het aspect waarbij men betrokken is. De bescherming van de persoonsgegevens zit wel goed. Mensen moeten er ook respectvol mee omgaan.

Tips voor het collectief overleg

Tip 1
Organiseer de bespreking en aanpassing van het handelingsplan in een cyclisch (weerkerend) systeem. Zo blijft het altijd in beweging en is er voortdurend ruimte voor verbeteren.

(Klik hier voor alle acht tips)

Vraag het aan Fovig